Het grote avontuur

De Grote Ontsnapping
De rust in het nest begon langzaam te verdwijnen. Elke dag vertrok er wel een broertje of zusje naar een nieuwe plek. Ik wist dat het zo hoorde, maar ik vond het maar niets. Kibo, Reba en Themba zouden zelfs helemaal naar België gaan. Dat klonk zo ver weg, dat ik me niet eens kon voorstellen hoe dat eruit zag.
Op het laatst waren we nog met zijn drieën: Dixie, Kibo en Chuck. Kitoto was er ook, maar hij zou bij onze eerste mensen blijven, de geluksvogel. Ik wist dat mijn eigen nieuwe mensen niet heel ver weg woonden, maar toch… de gedachte om écht bij Mama Rana weg te gaan, maakte me gewoon heel erg zenuwachtig.
Op een avond, terwijl de zon langzaam achter de bomen verdween en alles in een gouden gloed zette, keek ik naar mijn broertjes. ‘Ik wil niet weg,’ zei ik. ‘Waarom moeten we weg?’
Kibo draaide zijn oren naar me toe en zuchtte. ‘Omdat dat is hoe het gaat. Onze mensen hebben nieuwe mensen voor ons gevonden. En je hebt ze toch ontmoet? Je vindt ze toch lief?’
Chuck, de stille denker van ons kleine groepje, knikte: ‘Maar ik weet ook niet of ik wel weg wil,’ gaf hij toe. ‘Mijn nieuwe mensen zijn ook heel lief en zij hebben beloofd dat we leuke dingen samen gaan doen, maar toch…’
Ik voelde mijn maag kriebelen van opwinding. ‘Dan gaan we niet! Laten we gewoon verdwijnen…’
Kibo trok zijn kop scheef. “En waar zouden we dan heen gaan?”
Ik keek naar de bomenrand achter de tuin. Het was een plek die we nooit zonder onze mensen mochten betreden, omdat het helemaal achter de paardenbak lag. ‘Daarheen,’ fluisterde ik. ‘We kunnen ons verstoppen tot iedereen ons vergeten is.’
Het plan werd snel gesmeed. Zodra het donker was en onze mensen niet oplette, zouden we ons stilletjes onder het hek doorwurmen. Onze puppyharten bonkten in de kleine borstkas. Dit was het! Het Grote Avontuur!


Een wereld vol geuren en schaduwen
De buitenwereld rook anders. Sterker, dieper. Het gras was kouder, en de geluiden scherper. Maar het was wel een hele grote, donkere wereld en ineens voelde ik me piepklein. Mijn broertjes volgden me, want ze dachten dat ik wel wist wat ik zou moeten doen, maar eigenlijk wist ik dat ook niet echt.
‘Waar gaan we nu heen?’ fluisterde Chuck.
Ik wilde wat zeggen, maar ik hield mijn mond, want opeens klonk er een geluid. Een onbekend, diep gegrom. We stonden stokstijf. Twee ogen lichtten op in het duister. Een vos? Een hond? Iets groots en wild?
Kibo blies zijn borst op en liet een lage grom horen. Ik voelde mijn poten trillen. Misschien was dit niet zo’n goed idee geweest…
Opeens klonk er een ander geluid. Een fluitje. Een bekende stem riep onze namen. Onze mensen!
Een seconde lang twijfelde ik. Maar toen zette Chuck het op een rennen. Kibo volgde, en voordat ik het wist, draaide ook ik me om en stormde terug naar de veilige tuin. Achter mij hoorde ik hoe iets zich snel terugtrok in de struiken.
Met bonkende harten en modderige poten doken we onder het hek door en renden rechtstreeks in de armen van onze mensen.
‘Wat hebben jullie nou weer uitgespookt?’ klonk er een opgeluchte, maar strenge stem.
Ik keek omhoog. Mijn eerste mensen knielden neer en aaiden haar door haar vacht. En ineens besefte ik iets. Ja, ik zou naar een ander huis gaan, maar ik zou deze mensen nooit kwijtraken. Ze zouden voor altijd en nog langer mijn eerste thuis blijven. En misschien, heel misschien, zou mijn nieuwe thuis net zo fijn zijn.
RRoyalty
Die nacht kroop ik dicht tegen Kibo en Chuck aan. Binnenkort zouden we vertrekken. Maar voor nu? Voor nu waren we nog samen.
Terwijl we ons comfortabel tegen elkaar aan nestelden, herinnerde ik me de woorden van mijn eerste mensen: ‘Dixie, je bent een Rhodesian Ridgeback. Weet je wat dat betekent? Dat je royalty bent. RRoyalty met 2 rr-en zelfs. Zoals Simba in The Lion King, weet je dat nog? Jij bent onze prinses en weglopen past daar niet echt bij. Gedraag je voortaan als de prinses die je bent!”
Met deze gedachten in mijn hoofd viel ik in slaap, en hield me vast aan de warmte van het moment en aan de liefde van mijn eerste mensen.


